het TheaterFestival

Magazine

wo 13.08.25

Solidair, meerstemmig, gedurfd: vier jaar TheaterFestival met Nora Mahammed aan het roer

Wie de afgelopen vier jaar naar het theater ging, heeft haar ongetwijfeld eens in het publiek zien zitten: afzwaaiend TheaterFestival-directeur Nora Mahammed. Drie à vier keer per week ging ze naar theater tijdens haar termijn als directeur – ze kent het cultuurveld inmiddels door en door en liet er een frisse wind door waaien. Die tomeloze nieuwsgierigheid neemt ze na september mee naar haar nieuwe functie als Opleidingshoofd Drama aan het RITCS. Het uitgelezen moment, dus, om met haar terug te blikken op vier jaar aan het roer van het TheaterFestival – en vier jaar polshoogte nemen van een soms meanderende, soms moedige, soms zoekende sector.

 

Door Nadia Shutova en Sixtine Bérard

Nora Mahammed 2024

Wie is Nora Mahammed?

  •  Geboren in 1994 in Brussel
  •  Studeerde sociaal-cultureel werk en culturele agogiek
  •  Werkte als publiekswerker bij Globe Aroma en programmator bij deBuren
  •  Speelde toneel bij Tros in Overijse en Bronks in Brussel
  •  Nam in 2021 het stokje over van Kathleen Treier als directeur van het TheaterFestival

hTF | Toen je begon als directeur, was een van je ambities om het festival meerstemmiger te maken – in de programmatie, in de productie en richting het publiek. Daarnaast wilde je het TheaterFestival steviger verankeren in internationale samenwerkingen. Hoe kijk je terug op die ambities? En hoe hebben ze elkaar versterkt? 

NH | “Op het vlak van internationalisering zit je bij het TheaterFestival in een bijzondere positie: het festival heeft immers een hyper lokale aard. De selectie lauwert de beste producties met een Vlaamse of Nederlandse (co-)producent die te zien waren in Vlaanderen en Brussel. In mijn periode als directeur hebben we daarom maar twee keer een ‘internationale productie’ ontvangen; The Cadela Força Trilogy van Carolina Bianchi en Lullaby for Scavengers van Kim Noble.

Daarnaast zorgt ons nomadisch karakter ervoor dat we elk jaar afhankelijk zijn van een andere gaststad en dito publiek: 80% van het publiek komt immers uit de stad waar we dat jaar neerstrijken. Die stevige verstrengeling met de lokale context maakt deel uit van ons DNA.

Tegelijkertijd maakt ook internationale samenwerking deel uit van onze kern – en dat al sinds het ontstaan van het festival. Tot 2006 was het TheaterFestival een Vlaams-Nederlandse aangelegenheid; waarna de twee regio’s apart verdergingen. Ik begon gelijktijdig met Tobias (Kokkelmans, die samen met Farnoosh Farnia aan het hoofd staat van het Nederlands Theater Festival, red.) als directeur, en we hebben ons gebogen over hoe we de Vlaams-Nederlandse samenwerking konden verrijken.

Vroeger waren het de directeurs die plukten uit elkaars selectie, maar we besloten om de jury’s nauwer te laten samenwerken en de selectie van Nederlandse stukken voor het Vlaamse festival – en vice versa – aan hen over te laten.

 

“Cultuur wordt langs verschillende hoeken bedreigd, en door solidaire samenwerkingsverbanden willen we daar gezamenlijk het hoofd aan kunnen bieden.”

 

Onbekend maakt onbemind, en daar wilden we op een zachte manier aan werken. Er is niets dat beter werkt dan een jurylid gepassioneerd en liefdevol horen vertellen over een voorstelling. De jury’s bestaan onder meer uit artistiek directeurs en programmatoren: door zo’n uitwisselingen hopen we dat beide regio’s elkaars werk makkelijker oppikken. Onder de noemer Lagelandenliefde engageren we ons om Vlaams werk in Nederland en Nederlands werk in Vlaanderen mee te verspreiden en bekend te maken. Die ambitie hadden we al, en op vraag van voormalig Vlaams minister-president Jan Jambon verder, en met meer budget, hebben uitgewerkt.

Daarnaast hebben we samen met het Nederlands Theater Festival een grensoverschrijdend residentieprogramma opgezet voor makers, waarbij ze niets moesten produceren, maar samen mochten groeien in netwerken en in het kijken en analyseren van werk. We gingen hiervoor ook met het Britse Battersea Centre in zee.

Dat is echt een succesverhaal geworden, met leerrijke edities in onze drie gaststeden – maar ook in Amsterdam en Edinburgh. Dit jaar zetten we het programma tijdelijk op pauze om te werken aan een nieuw dossier, zodat we de residentie open kunnen stellen voor een breder scala aan makers – om deelnemers en festivals uit andere landen de kans te kunnen geven om zich aan te sluiten.

We willen hiermee ook een antifascistisch front vormen van podiumkunstenaars en cultuurwerkers: cultuur wordt langs verschillende hoeken bedreigd, en door solidaire samenwerkingsverbanden willen we daar gezamenlijk het hoofd aan kunnen bieden.

Door onze aansluiting bij het European Festivals Association (EFA) hebben we ons nog sterker gepositioneerd in het internationale veld: het TheaterFestival is een shortcut naar het beste wat de Vlaams-Nederlandse podiumkunsten te bieden hebben. En dat willen we zo breed mogelijk verspreiden, door onophoudelijk in te zetten op toegankelijkheid en meerstemmige programmatie.”

 

hTF | In de afgelopen vier jaar heb je heel wat van je ambities voor het festival kunnen waarmaken. Hoe heeft het festival jou als persoon veranderd?

NH | “Toen ik begon, was ik zeven maanden per jaar de enige persoon die voor het festival werkte. Ik was in die maanden alles tegelijk: van communicatiemedewerker, productieverantwoordelijke, programmator van het reflectieluik, aanspreekpunt voor beleidmakers en andere partners tot zakelijk leider. Een paar maanden voor het festival begon, werd ik dan vervoegd door tijdelijke medewerkers – maar ook dan moest ik verschillende petjes combineren. Ik ben dus heel veel entiteiten geweest voor het festival.

Ik denk dat het festival een heel dankbare plek is geweest voor mij, waarbij ruimte gemaakt wordt voor experiment. Omdat het zo’n wendbare ruimte is. Je begint elk jaar opnieuw, elk jaar in een andere stad. Je moet elk jaar opnieuw alles heruitvinden, alles heropbouwen. En daardoor kun je ook elk jaar opnieuw experimenteren – wat enorm veel vrijheid geeft, en ervoor zorgt dat je nooit bij de pakken blijft zitten, of weinig durft omdat er al zoveel vast staat. Je kunt veel scherper zijn in jouw ambities.

We zijn ook wendbaar omdat we een heel klein team zijn. Inmiddels heb ik collega’s kunnen aanwerven. Doordat ik collega’s heb, kan ik veel meer risico’s nemen – omdat wij brainstorms hebben en elkaar aanvullen en enthousiasmeren. Zonder hen zou mijn ervaring veel minder mooi zijn geweest.

Maar het festival is voor mij ook echt samenwerken. Dat wij zo afhankelijk zijn – we hebben geen vaste gaststad en geen vast gebouw – leert je ook veel. Volgens welk ritme mensen leven en werken, wat hun noden zijn,  hoe je je daaraan kunt aanpassen, hoe je daarin ook gewoon heel de tijd als een soort kameleon mee kunt bewegen zonder al te bruusk ergens als een soort kolonisator binnen te vallen.

Wat ben ik voor het festival geweest? (Twijfelt). Ik denk dat ik een heel creatieve, experimenterende rol heb en een heel zorgende, verbindende rol op een bepaalde manier. Vanuit het onderhouden van die vele lokale en internationale contacten, maar ook vanuit het zorgen voor mijn team. We zijn immers nog steeds zwaar onderbemand, die zorg is nodig.”

 

hTF | Dit jaar blikken de States naar de toekomst – wat zou jouw State of the future zijn?

NH | “Als ik een nieuw dossier zou schrijven, zou ik radicaler ingaan tegen een strakke afbakening van wat kunst is en wie dat bepaalt. En ik zou misschien gewoon met heel veel verschillende wijkjury’s werken. Meerstemmigheid is altijd mijn rode draad geweest. Het is een leidraad die veel kan dekken: als je van bij aanvang de beslissingsmacht in verschillende handen legt, en zoveel mogelijk verschillende ervaringen en perspectieven rond de tafel brengt, zal er vanzelf meer rekening worden gehouden met de noden die er zijn.

Meerstemmigheid is een doorlopende groeicurve. Het vereist dat je continu aandachtig bent voor hoe anderen dingen beleven. Ook toegankelijkheid – op fysiek, mentaal en financieel vlak, maar ook qua perspectieven op kunst – is doorheen de voorbije jaren een ongelooflijk belangrijk aspect geweest voor mijn rol als festivaldirecteur. En dat is iets waar ik radicaler ook in zou zijn. Hoe kunnen we de dominante perspectieven op wat kunst is opentrekken, zodat er voor programmatoren en curatoren ook ruimte ontstaat om bij te leren, kwetsbaar te zijn en nieuwsgierig te zijn naar andere perspectieven?

 

“Wat ik zeker ook meeneem in mijn nieuwe rol, is mijn eindeloos geloof in het feit dat er ruimte moet zijn voor experiment en risico’s, maar ook vooral om fouten te maken.”

 

Ik voel dat er een steeds grotere afstand begint te ontstaan tussen het perspectief dat programmatoren of kunstwetenschappers leren,  en de noden of interesses van de mensen die in een stad als Brussel wonen. Ik denk dat we daar als sector een antwoord op moeten vinden.

De toekomst van de podiumkunsten is er voor mij één waarin ontzettend veel perspectieven op wat kunst is kunnen coëxisteren, waarin programmatoren en andere spelers uit het veld durven twijfelen en toegeven dat ze iets niet weten, waarin de werkdruk lager ligt zodat er ruimte vrijkomt om te twijfelen en groeien.  Dat is ook waar de toekomst van het festival ligt, omdat wij de sector samenbrengen, over steden en gezelschappen heen, en omdat we altijd sterk hebben ingezet op sectorbrede reflectie.”

 

hTF | Over reflectie gesproken: kun je ons meegeven welke tendens je hoopvol stemt, en welke evolutie je angst inboezemt?

NH | “Ik heb het gevoel dat we geëvolueerd zijn van voorstellingen over trauma naar voorstellingen over helen en plezier. Dat vind ik een hoopvolle evolutie, hoe de rol van plezier in herstellen een plek krijgt op scène. Dat, en dat mensen meer de kans krijgen om te zijn wie ze zijn in de sector.

Wat me dan weer angst inboezemt, is de toenemende censuur die vanuit verschillende hoeken loert: niet alleen vanwege de toenemende verrechtsing, maar ook van onderuit, vanuit docenten, studenten en het publiek. Als de plek van verbeelding al geen vrijplaats meer kan zijn, dan maak ik me zorgen.”

 

hTF | Vanaf oktober start je aan het RITCS als opleidingshoofd van de Drama-afdeling. Je keert terug naar de kern: educatie en je thuisstad Brussel. Wat neem je mee uit je ervaring als festivaldirecteur? 

NH | “Wat mij aangetrokken heeft bij het RITCS is dat er al een traject is geweest om het curriculum te dekoloniseren en zo de studenten in aanraking te laten komen met verschillende kaders op wat theater kan zijn – ook niet-westerse kaders. Wat ik zeker ook meeneem in mijn nieuwe rol, is mijn eindeloos geloof in het feit dat er ruimte moet zijn voor experiment en risico’s, maar ook vooral om fouten te maken. Daar slagen we als sector te weinig in, en daardoor blijft er in onze sector een soort stilstand bestaan – zeker als het gaat over onderwerpen die te maken hebben met inclusie, toegankelijkheid en ecologie.

Om te durven, moet je genoeg veiligheid en vertrouwen krijgen. Ik hoop dat de sector in de toekomst misschien iets minder streng naar zichzelf kijkt en daardoor meer gaat kunnen excelleren op het vlak van radicale verbeelding en vernieuwing. Dat wens ik ons toe.”