het TheaterFestival

Magazine

za 13.09.25

Artikel | Free Palestine en The Horse of Jenin

Dit jaar werd het TheaterFestival geopend met de comedyshow The Horse of Jenin van Palestijns kunstenaar Alaa Shehada en acteursgroep Troupe Courage. Als publiek schrik je even wanneer de voorstelling onmiddellijk schaterlachen uitlokt – mag je wel zo hard lachen met de voorstelling van een Palestijnse kunstenaar? Voor Shehada is het antwoord klaar en duidelijk, maar hij drijft de spot met de terughoudendheid van het westerse publiek. Omdat hij weet dat niemand luidop durft lachen, laat hij iedereen “ha ha ha” herhalen tot het lachen vanzelf gaat. Vervolgens vertelt hij verhalen over zijn jeugd en maakt hij moppen over de Israëlische bezetting; bevreemdend voor het publiek, meer dan normaal voor Shehada.

Door Eva Houbrechts

In een interview met Wouter Hillaert in De Standaard licht hij toe hoe er in iedere cultuur humor wordt geput uit het dagelijks leven. “In Jenin zijn dat checkpoints en het Israëlische leger. Die bezetting creëert een heel eigen kleur. Maar op zich lachen we net als overal.” Al doet deze humor niet af aan de ernst van de situatie in zijn thuisland, integendeel. Met zijn gevatte humor legt Shehada de vinger op de wonde, zonder dat nog maar één toeschouwer zijn blik afwendt van de pijn. In plaats van verlamd te worden door pijn, maken Shehada’s moppen ruimte voor reflectie en begrip.

Met The Horse of Jenin roept Shehada op tot actie, net zoals Iman Aoun dat in 2024 op het TheaterFestival deed. De Palestijnse theatermaker en medeoprichter van het Ashtar Theatre in Ramallah en Jeruzalem opende het festival met haar ‘State of the Union’. Hierin haalde ze tien manieren aan waarop wij als mensen, en als cultuursector kunnen protesteren tegen de genocide die Israël in Palestina uitvoert en hoe we Palestina verder kunnen ondersteunen:

(Creative) Protest: “Keep the horse alive!”

Doorheen de voorstelling vertelt Shehada het verhaal van het paard van Jenin, de stad waar hij opgroeide. Samen met een Duitse kunstenaar bouwde de stad een groot paard, een symbool voor vrijheid. Het paard werd gemaakt van de overblijfselen van een gebombardeerde ambulance en ander puin. De brokken die Israël maakte, werden opnieuw aan elkaar gelijmd en vormden niet enkel een symbool van vrijheid, ook een van verzet en doorzettingsvermogen. Het paard pronkte lange tijd op het zogenaamde “paardenrondpunt”, de zon waarop Shehada’s leven zich leek te oriënteren. Onder de buik van het paard rookte hij zijn eerste sigaret met zijn beste vriend Ahmed. Hij verschool zich achter de poten om schuchter te flirten met een meisje om uiteindelijk onder toezicht van het paard zijn eerste kus te hebben – tot het paard gearresteerd werd door de Israëlische overheid; weggetakeld, en vervolgens vernietigd door een bulldozer.

Met het paard dreigen vele verhalen van de stad Jenin en haar inwoners te verdwijnen, zeker nu de bezetting zich omvormt tot genocide. Daarom is het eens zo belangrijk deze verhalen in leven te houden. In een ontwapenend slot drukt Shehada het publiek op het hart dat zij mee verantwoordelijk zijn om het paard in leven te houden door het verhaal te delen met anderen.  Hoe je dit juist doet maakt voor Shehada niet uit. Deel het met de mensen rondom je, creëer een podium voor Shehada en zijn verhaal en ga liefst van al ook op zoek naar andere verhalen die de eigenheid van Palestina koesteren.

“Humanise the Palestinian struggle by enhancing cultural exchange.”

Door op zoek te gaan naar Palestijnse verhalen en die te delen ontstaat er niet enkel creatief protest, maar slagen we er ook in de mensen te zien achter deze genocide. Aoun benadrukte in haar ‘State of the Union’ dat we ernaar moeten streven om verder te kijken dan het politieke discours over de oorlog. We moeten op zoek naar persoonlijke en emotionele verhalen die verscholen gaan achter al het geweld. In de media worden we overspoeld met ontstellende cijfers en beelden van de genocide en de door Israël doelbewust gecreëerde hongersnood. Hoewel dit de ernst van de realiteit afbeeldt, dreigen we zo te vergeten dat het om mensen gaat – mensen met verhalen, mensen die liefhebben en graag zien, mensen die verdriet en gemis hebben, maar ook enorm veel veerkracht en doorzettingsvermogen.

Door te wijzen op de positie die hij inneemt als artiest en comedian, doorbreekt Shehada het discours waarin Palestijnen enkel als slachtoffer gezien worden; alsof ze niets anders meer zijn dan dat:

 

“There are two reasons for the success of this show:

(1) I am a great artist.

(2) People think I am a poor Palestinian.”

 

Dat eerste argument valt niet te ontkennen. De manier waarop hij zijn grappen plaatst en zijn verhaal meesterlijk opbouwt getuigen van goede, krachtige kunst. Het tweede argument roept meer vragen op. Niet over zijn werk, wel over hoe het westers publiek naar hem en zijn werk kijkt. Al grappend maakt Shehada duidelijk hoe grof en reducerend deze visie op Palestijnse kunstenaars is en geeft hij aan dat zijn kunstenaarsschap bestaat buiten de slachtofferrol die hem al te vaak wordt toegeschreven.

Verder brengt hij de menselijkheid van het Palestijnse volk naar voren door allerlei verhalen uit zijn jeugd te vertellen. In deze verzameling van verhalen passeren meerdere personages de revue. De dokter van de stad, Ahmed, die als kleine jongen loopt te basketballen of zijn opa; allemaal krijgen ze een plek op het podium. Iedere keer wanneer Shehada een masker opzet en in een van hen transformeert, kruipt de kwetsbaarheid van een kind of een oudere man in heel zijn lijf. Je ziet ze plots één voor één voor je en je kan je al deze mensen levendig voorstellen. Al schuurt het. Terwijl je ‘Ahmed’ voorbij ziet huppelen, kan je je niet anders dan afvragen: “Leeft de echte Ahmed nu nog?” En de dokter? De opa misschien?

 

Shehada bouwt met zijn vertelkunsten een zachte omgeving die overloopt van liefde, maar waarbinnen het oneindige geweld van genocide en onderdrukking staalhard wordt.

 

Shehada bouwt met zijn vertelkunsten een zachte omgeving die overloopt van liefde, maar waarbinnen het oneindige geweld van genocide en onderdrukking staalhard wordt. De hilariteit van de eerste kus, zijn lichaamsgewicht dat de leidraad van zijn levensverhaal vormt, en de zelfspot staan in schril contrast met de Israëlische bezetting die als een donkere wolk het lachen in de zaal overschaduwt. Met zachte woorden en welgeplaatste anekdotes schudt hij het publiek wakker, toont hij dat er mensen zitten achter de gruwelijke beelden en dat het eens zo belangrijk is ons te blijven verzetten tegen de mensonterende daden van Israël.

“Support the Boycott: challenge cultural complicity.”

Aoun verduidelijkt dit statement door erop te wijzen dat we moeten vechten tegen de normalisering van bezetting en artiesten en instituten moeten oproepen om te vechten tegen het legitimeren van het Israëlische beleid. Veel te lang werd het recente geweld verantwoord als zelfverdediging. Een absurd excuus voor de nog absurdere doeleinden vanuit de welke de Israëlische regering handelt. Toch blijven zulke argumenten opduiken in het debat rond de genocide.

Shehada ging op zoek naar een manier om de draak te steken met deze visies op het Israëlische geweld. Zo vertelt hij het verhaal van een Amerikaanse theaterdocente die langskwam bij zijn theateropleiding. Zij ging alle studenten verlossen van hun trauma door een simpele oefening. Alle studenten moesten hun trauma opgraven, kneden tot een balletje, driemaal blazen en het vervolgens weggooien. Nadat ze hun trauma losgelaten hadden, moesten ze mediteren met als  mantra: “The occupation is in the mind”. Wanneer Shehada dit vertelt, hoor je de monden van de toeschouwers één voor één openvallen. Om er nog een schep bovenop te doen, laat hij het publiek elkaar de handen geven en de mantra meermaals luidop zeggen. Niemand durft, het is dan ook te gek voor woorden. Tot hij blijft aandringen en de hele zaal scandeert: “The occupation is in the mind”.

Door zelf deze woorden uit te spreken, voel je nog meer hoe zwaarbeladen ze zijn. Vol ongeloof zeg je ze vanuit het publiek, om vervolgens te moeten toegeven: er zijn effectief mensen die dit denken. Het ongemak dat door de zaal zindert, toont nog maar eens hoe krachtig woorden zijn en hoe belangrijk het is dit discours keer op keer tegen te spreken. Tegen te spreken door openlijk mensen te wijzen op het onderdrukkende discours dat ze voeren of ondersteunen, door samenwerkingen met Israël op te schorten en door opnieuw op zoek te gaan naar de verhalen van Palestijnen.

Create Pressure

Tot slot is het belangrijk om de straat in te trekken, petities en burgerwetten te tekenen om zo druk te zetten op beleidsmakers. Tijdens de openingsspeeches van het TheaterFestival werd er opnieuw opgeroepen om te protesteren en manieren te blijven zoeken voor creatief verzet. Ook al kan dit creatief verzet veel waarde en ondersteuning met zich meedragen, is verandering op beleidsniveau noodzakelijk.

Het is mooi dat een minister ons oproept om te blijven protesteren, en wij zullen dat ook blijven doen. Maar beloven jullie ons dan, beste beleidsmakers, dat jullie er eindelijk alles aan zullen doen om ervoor te zorgen dat dit protest op een dag niet meer nodig is? Tot die tijd zullen wij blijven protesteren, programmeren en scanderen: FREE PALESTINE

De volledige ‘State of the Union’ van Iman Aoun kan je lezen in het TheaterFestivalmagazine van 2024.