wo 10.09.25
States of the Future … van de redactie!
Op de opening van het TheaterFestival spraken Yahmani Blackman en Jozef Wouters prikkelende States of the Future uit. De redactie was geïnspireerd en zette de oefening verder.
Door Redactie

¶ Xander Kindt
Ik heb het theater nodig omwille van haar vergankelijkheid. Ik hou van haar omdat ze weet los te laten wat er op haar planken gebeurt. Ze ontvangt en ze laat gaan. Ze ontvangt de stemmen die haar betreden, heeft het potentieel hen te belichten die buiten haar muren over het hoofd worden gezien. Ze laat gaan wat er op haar wordt gebouwd en wat na doorgaans een uur of twee wordt afgebroken. Het theater is het tegenovergestelde van gulzig. Ze neemt altijd genoegen met wat ze krijgt. Ikzelf daarentegen verlang steeds meer van haar. In een wereld waarin alles wordt bijgehouden, verlang ik naar een ruimte waarin de tijd verstrijkt zonder dat ik haar moet vastleggen. In een wereld die me doet verdrinken in haar snelheid, heb ik ruimtes nodig die tijd vrijhouden, die me de context geven om me te laten raken door dat wat voor mijn ogen gebeurt.
“Liefde is het buitengewoon moeilijke besef dat iets anders dan jezelf echt is”, schreef filosoof en romancier Iris Murdoch voor wie kunst en moraal de ontdekking van de werkelijkheid betekent. In het theater leer ik liefhebben, leer ik kijken en leer ik me te laten raken. En dat wens ik iedereen toe. Een plek om met volle aandacht bij de ander te zijn. Om jezelf voor beperkte tijd het zwijgen op te leggen voordat je je buiten met een glas wijn weer een mening toeëigent. Een plek om te leren ontvangen, zonder vooroordeel. Een plek om te leren loslaten en te merken hoeveel je daaraan overhoudt. Het theater is vergankelijk en als een drenkeling aan een stuk wrakhout, klamp ik me vast aan haar vergankelijkheid.
¶ Hannah Lyssens
Als maker geloof ik sterk in de kracht van het luisteren.
Niet alleen naar elkaar – dat vinden we hopelijk al lang logisch – maar ook naar geluid.
Alles wat leeft, beweegt en schuurt, draagt een geluid met zich mee. Samen vormen we een boeiend klanklandschap, dat iedereen kan bewerken, maar waar we vooral ook naar kunnen luisteren. Want elk geluid vertelt een verhaal: klein, groots, ecologisch, maatschappelijk, hartverwarmend en – verscheurend …
Omdat luisteren persoonlijk is, beleeft iedereen dat landschap anders. Wat je hoort en hoe je je daarbij voelt, vertelt veel over wie je bent. Ik hoop op meer werk dat deze dynamieken bespeelt, belicht en vervormt. Een zoektocht naar unieke vormen om luisteraar en verhaal samen te brengen binnen de podiumkunsten.
Deze zomer luisterde ik via ‘Locustream Soundmap’ live naar een geluidenlandschap in Palestina. Een zaal vol luisteraars sloot de ogen, spitste de oren en werd onmiddellijk oorverdovend stil. Want vogeltjes op bezet land klinken anders dan hier.
Hun gezang gaat door merg en been terwijl ze elders voor lichtheid zorgen. De verhalen die ze dragen en de verbindingen die we als luisteraar maken, creëren een unieke ruimte voor reflectie en dialoog. Wat voor een werk zou er ontstaan met deze luisterervaring als decor?
¶ Brent Herregodts
Ik hoop dat we in de toekomst nog meer ruimte krijgen om te spelen. De instituten moeten zichzelf in vraag blijven stellen. Makers wens ik bergen plezier, openheid, speelsheid, spanning en directheid toe. Ik hoop dat het veld blijft evolueren en jong geweld positie zal innemen. Ik droom van een sector die zich niet schaamt en zich niet te bescheiden opstelt, laten we het belang, de kracht en de urgentie van theater belichamen. Laten we ook een sector zijn die bewust is van onderdrukkende systemen en laten we hier tegenover een kracht van sabotage zijn. Ik hoop dat we mild blijven voor elkaar: this is everyone’s first time being alive. Om te eindigen wil ik nog een laatste droom formuleren: laten we blijven spelen, en laten we dit doen alsof het elk moment de laatste keer kan zijn.
¶ Andries Haesevoets
In een gepolariseerde, digitale, ultrasnelle, angstaanjagende wereld hebben we elkaar meer dan ooit nodig en moeten we met elkaar in verbinding blijven gaan. Ik droom dat cultuurhuizen en kunstencentra meer en meer heterogene, open huizen worden waar iedereen zich thuis voelt. Dat is vandaag nog niet zo. Theaterzalen vullen zich, zeker in kleinere steden en gemeenten, hoofdzakelijk nog met een homogeen, wit middenklassenpubliek. Dat vind ik ontzettend jammer en een gemiste kans. Iedereen verdient het om geprikkeld en geïnspireerd te worden door podiumkunsten. Niets zo fijn en krachtig als een voorstelling die je ontroert, doet lachen, je eigen denkkaders verruimt, je eigen leven en de wereld rondom jou in vraag stelt en zorgt voor een moment van collectieve ontspanning en reflectie. Ik hoop dat cultuurhuizen meer gaan investeren in publiekswerking waarbij programmatoren en publiekswerkers diverse (kwetsbare) doelgroepen uit hun omgeving meer inspraak zullen geven in de programmatie. Op die manier zal het gevarieerde, rijke podiumkunstenaanbod meteen ook meer weerspiegeld worden in alle huizen. Win-win dus!
¶ Simon Verlinden
Soms verlies ik mijn geloof in theater. Waarom eigenlijk? Waar zijn we eigenlijk mee bezig? Waarom iets gaan naspelen? Waarom een nieuwe wereld in scène zetten? Is de werkelijke wereld niet al theatraal genoeg? Wat haalt dit nu allemaal uit? Wie heeft er hier nood aan en wie komt er kijken?
Ik kom alvast graag kijken. Altijd al gedaan. Het blijft zo spannend om binnen te sluipen in een wereld die mij vreemd is, die ver van mijn bed staat of juist akelig dichtbij. Samen met anderen. Dat blijf ik ook bijzonder vinden. Die ander waar je naast zit en samen iets mee meemaakt. Ik hou van dat woord: meemaken. Dat je als kijker mee de voorstelling maakt.
Misschien zal mijn theatrale twijfel nog even blijven bestaan, maar voor nu hou ik me vast aan het idee dat de ervaring om naast iemand op een stoeltje te zitten en te kijken genoeg is.
¶ Lore Meesters
Het wordt zeldzamer nu onze wereld overloopt van woede, hardheid en angst, maar ik word nog geregeld overweldigd door de rauwe schoonheid van ons gedeelde menszijn: wanneer onbekenden elkaar even écht tegenkomen – in een compliment, een lach, een helpende hand; wanneer duizenden mensen ondanks hun onenigheden samenkomen op straat omdat ze een overtuiging delen; en simpelweg bij alle kleine dingen die onze publieke ruimte vullen met warmte, verbinding en troost.
Ik wens ons een podiumkunstensector toe die dat soort momenten veroorzaakt. Continu. In veelvoud. In kettingreactie.
Theater hoort een context te creëren waar we kunnen blijven dialogeren over dingen waar in het publieke discours alleen nog maar over wordt gediscussieerd of gepolariseerd. Waar we ons opnieuw verbonden leren voelen met de onbekenden om ons heen, omdat we een lach, een dans of een gevoel delen. Waar we in alle zachtheid geconfronteerd worden met de beperktheid van wat we denken te weten. En waar we troost kunnen vinden in ons gezamenlijke niet-weten en zoeken.
Ik droom van een sector die niet te omlijnen valt, omdat ze ernaar streeft om zo veel mogelijk vormen, ideeën, werelden en mensen te verzamelen, waardoor ze steeds verder uitdijt. Een plek die niet bang is van de paradoxen, de onvatbaarheid en het gestuntel van ons gedeelde menszijn, maar dat net als haar kracht en schoonheid erkent.
¶ Jule Woltering
“What I saw / was a huge form, round with shadows shaped like an egg, / small at the top, wide in the middle narrower towards the end. // I saw in it / countless things, all kinds of things, living things, unliving things, / like the yolk of an egg / contains the bird it can become or not become.”
Dat het theater van morgen de gigantische eivorm mag zijn waarover Duits mystica Hildegard von Bingen schrijft, waarin we talloze mogelijkheden blijven zien. Dat we die openheid mogen benutten om gesprekken te voeren, om te blijven praten over wat ons roert, over wat ons doet joelen, razen, ijlen, bewegen, (ver)leren, fulmineren en verwonderen. Dat we in theater met stemmen geconfronteerd mogen worden die ons op onze plaats zetten, of liever: dat we die plaats oeverloos blijven herdefiniëren. Dat we nog meer luisteren naar elke stem, en dat we ruimtes creëren waar die resoneren – ook en vooral als ze niet helemaal in de ovale mal van een ei passen.
¶ Louky van Eijkelenburg
In een wereld waar steeds meer kunstvormen kunnen worden overgenomen door AI, denk ik dat theater in de toekomst alleen maar relevanter gaat worden, althans dat hoop ik. De live-ervaring van het theater is een ervaring die niet door machines kan worden geproduceerd en hopelijk een nieuw publiek trekt dat genoeg heeft van streamingsites en doomscrollen. Een voorstelling biedt stof tot nadenken die achteraf kan worden besproken, het theatercafé zou kunnen fungeren als dorpsplein waar achteraf politiek wordt bedreven. Samen naar kunst kijken schept een band; in deze tijden van polarisatie en dehumanisatie is het belangrijk dat we gedeelde verhalen en ervaringen vinden. Mijn beeld over het theater van de toekomst is misschien hopeloos naïef, gezien de spanningen die zich in de wereld afspelen, maar ik geloof er echt in dat theater, juist in tijden van onrust, de kracht heeft om mensen samen te brengen.
¶ Sixtine Bérard
Ik droom van een sector waarin zacht gestamel kan bestaan naast scherp geformuleerde kwaadheid, ambitie en dromen. “Il faut”, schreef filosofe Simone Weil, “un régime […] pour l’expression publique des opinions qui soit défini moins par la liberté que par une atmosphère de silence et d’attention où ce cri faible et maladroit puisse se faire entendre.”
Theater is voor mij een plek bij uitstek om het collectief en grondig luisteren te cultiveren. Niet alleen op scène, maar ook in alles wat aan een eindproduct voorafgaat. Ik wens de sector luisterende oren toe, empathisch en tomeloos geduldig leiderschap – en de moed om in te gaan tegen politieke figuren die steeds sterker bepalen wiens leven als (on)waardig te leven wordt beschouwd.
¶ Eva Houbrechts
Ik droom van theaterzalen waar mensen een beetje meer mens mogen zijn; zalen waar we onszelf niet meer onzichtbaar moeten maken en ons niet in het keurslijf van de ideale, stille toeschouwer moeten wringen. Kunst kan op zoveel verschillende manieren beleefd worden en verschillende kijkervaringen teweeg brengen. Ik hoop dat we dit steeds meer kunnen omarmen en een publiek kunnen uitbouwen dat niet bestaat uit een homogene massa die in stilte verwerkt wat ze ziet, maar die kan lachen en wenen, ruimte kan maken voor tics en zelfregulatie en de voorstelling ongeremd/écht samen kan beleven.
¶ Shelsia Da Costa
“Tomorrow belongs to those of us who conceive of it as belonging to everyone; who lend the best of ourselves to it, and with joy.” Met die woorden van Audre Lorde laat ik me graag leiden bij het dromen over wat theater kan betekenen.
De toekomst van theater zie ik als een gezamenlijke overgave aan de verbeelding. In deze absurde tijden voel ik steeds meer de nood om het nu te overstijgen. Om samen te ontwrichten en ondermijnen vol speelsheid en hoop, en vooral diep menselijk.
In mijn droom is theater een utopisch proces, gericht op het verbeelden van alternatieve werkelijkheden. Podia worden plekken waar de grenzen tussen toeschouwers en makers vervagen. Waar ruimte ontstaat voor velen. Waar iedereen zich welkom mag voelen.
Dit soort clichématige sentimenten overvallen mij wanneer mijn dromen even mogen zegevieren.
¶ Lissa Van Nieuwenhove
We horen geschreeuw van alle kanten, we schreeuwen mee. Kan iemand ons horen, wil iemand ons horen? Hoe lang voor we de geluidsbarrière doorbreken, hoe lang voor ze ons zien?
Doe je handen op elkaar en start met klappen. Kom recht uit je stoel en begin met klappen.
Klap voor de wereld, klap voor de kunst, klap voor de toekomst.
Ik droom van een wereld waarin jij kan zijn wie jij wil zijn.
Ik droom van een wereld waarin jij kan maken, spelen en kijken.
Ik droom van kunst in het onderwijs zodat kinderen zich kunnen verbeelden.
Want zonder verbeelding, wie is dan de kunstenaar van morgen?
Dus klap in je handen, zo luid als je kan. Laat van je horen.
Als er geschreeuwd wordt, schreeuw dan mee. Ze zullen ons wel moeten horen.
Als jij start met klappen, klappen we mee. Samen: Applaus.
“Art is culture and depriving students of opportunities to access it is a form of cultural genocide.” — Amir Whitaker
¶ Anna Claes
Ik droom van een theater dat zich losmaakt van vage, abstracte ideeën over inclusie en verbinding. Een theater dat niet zelf bepaalt welke weg mensen die nu niet bereikt worden, zouden moeten inslaan. Een theater dat niet teleurgesteld de schouders ophaalt wanneer die mensen die weg niet zien, en besluit dat het niet aan zichzelf kan liggen.
Ik droom van een theater dat samen met de mensen die ze wil bereiken aan de slag gaat om een gedeeld verhaal te vertellen. Om hen te betrekken bij elke fase van het maakproces en zelf te laten definiëren wat belangrijk is, voor iemand anders dat voor hen doet. “De mooiste versie van onszelf is die waarin we samen spelen“, zei regisseur Stijn Van Opstal daarover, en ook ik droom van een theater dat durft te zoeken naar een écht gedeeld verhaal.
¶ Marie Janssens
Wanneer ik me een podium van de toekomst verbeeld, zie ik een podium dat overal kan bestaan. Een theater zonder deuren of economische drempels, dat zich losmaakt van politieke beperkingen en zich daar niet naar hoeft te vormen. Een plek van en voor iedereen die zijn verbeelding op hol wil laten slaan, gedreven door een verlangen naar plezier en kwetsbaarheid. Opvoeringen die conventies bevragen en tegelijk resoneren. Waar de voorstelling doorleeft in de herinnering en het gesprek — en juist daar haar waarde vindt.
¶ Goya van den Berg
“Justice, which entails acknowledgement, recognition and loving attention, is not a state that can be achieved once and for all. There are no solutions; there is only the ongoing practice of being open and alive to each meeting, each intra-action, so that we might use our ability to respond, our responsibility, to help awaken, to breathe life into ever new possibilities for living justly.”
Wanneer ik nadenk over ‘the state of the future’ denk ik vooral aan dat woord, ‘state’. De staat van zijn. Natuurkundige en feminist Karen Barad beschrijft in diens werk een benadering van materie die niet statisch is, waar niets onafhankelijk van zijn relaties bestaat, maar altijd in intra-acties tot stand komt. Materie en betekenis brengen elkaar voort. Ik hoop voor de podiumkunsten een staat die dynamisch is, die steeds opnieuw in wording blijft in al zijn veelvoudige relaties.
¶ Lotus Friede
Ik droom van een sector die haar bestaansrecht niet voortdurend naar buiten toe hoeft te verdedigen. Gesprekken over de waarde, de relevantie, het nut van de podiumkunsten kunnen alleen gevoerd worden op het moment dat die niet gekoppeld zijn aan de bestaanszekerheid van de sector. Ik wil kritisch kunnen zijn zonder in te spelen op neoliberale bezuinigingsretoriek, het kunnen hebben over wat we wel en niet willen voeden zonder dat dat direct een financiële strop betekent. Ik droom van een sector die zich kan laten leiden door artistieke belangen. Uiteindelijk is het geloof in de waarde van kunst misschien niets anders dan dogmatisch. Kunst heeft altijd bestaan, denken wij nu echt zo krachtig te zijn dat we dat kunnen vernietigen?
¶ Rosie Reith
I dream of a theatre of the future where the tickets are cheap and the chairs are comfortable.
Perhaps there are no chairs.
Perhaps we watch things while walking.
We get instructions to turn up somewhere and we receive bespoke cultural experiences that are designed to touch us and us specifically, that we engage in a theatre that is targeted to connect us in a tailor-made puzzle with those around us.
I dream of a future theatre where our prejudices are challenged, where we encounter people in close proximity whom we have never encountered before.
An urgent experience that leads us to concrete actions to take, if we so wish. Donate here, sign the petition here, write a letter to your MP here.
I fantasise about a theatre where we emerge beyond excited about what we’ve just seen – where we can’t wait to tell our friends what insanity we just experienced. Go! Go! Get a ticket!
Perhaps such bewildering things can happen in theatre so that when they inevitably happen in our real lives, we are better prepared to react.
¶ Teresa Van Eycken
Het theater van mijn dromen is een plek waar de tickets net uitverkocht zijn, of de zaaldeuren gesloten blijven, om vooruit, verder, sneller, succesvoller en meer, meer, meer buiten de deur te houden.
Door ons verlangen naar meer komen we uit bij minder — voor onszelf en de wereld rondom ons verdoofd.
Zoals Kae Tempest in On Connection schrijft: “In a disconnected state, self-awareness is one of the first frequencies to be scooped out and muted. When this happens, I need creativity to reconnect me.”
In het theater van mijn dromen zijn nieuwsgierigheid en luisteren het tegengif voor numbness. Daar vinden we oren en handen om echt meerdere mensen te betrekken — verder dan enkel de mond die spreekt over inclusie.
In dat theater zijn de zaallichten gedoofd, wrijft de ruwe stof van de zetels tegen je ledematen, voel je je drukke hoofd, de ongemakkelijke eerste minuten van een voorstelling. Maar tijdens het eerste bedrijf ontstaat er dan, gaandeweg, ruimte. Ruimte voor vervoering. Plaats om je hartslag te synchroniseren met die van de mensen rondom jou. Tijd om je eigen ik te ontstijgen en te luisteren. Nieuwsgierig, verwonderd, traag.
In dat theater is het applaus geen handeling waarbij haastig wordt gezocht naar woorden om uit te leggen wat je ervan vond, maar een moment om neer te dalen. Om nog even na te voelen.
Het moment waarop de numbness zichzelf even opheft.
¶ Nadia Shutova
De toekomst van theater is landgebonden. In België verwacht ik een zwaai van het slingergewicht richting theater als nutsvoorziening: concreet, verbindend en maatschappelijk verankerd.
De echte hoop ligt niet in een willekeurige juxtapositie van woorden die de werkelijkheid niet lijken te boetseren, maar in het verbinden van mensen – eerst met zichzelf en daarna met elkaar: slagaders, draden, bruggen tussen brein en hart, hoe broos ook.
In tijden van polarisatie is kunst zonder statement geen optie meer. De maker is geen abstractie. Ik verwacht minder vaag en meer concreet theater – niet moraliserend, maar degelijk theater.
Mijn droom is een meerstemmig feest van perspectieven: een publiek dat weet dat het gezien en gehoord wordt; maar tegelijkertijd makers die trouw blijven aan hun persoonlijke agenda, het meest unieke dat een kunstenaar de wereld kan schenken.
¶ Leonie Moreels
Ik droom van theater waar het niet moet gaan over waar de voorstelling over gaat. Dat we het evengoed kunnen hebben over de vlieg in de zaal die onder de spots ineens licht leek te geven, over de schoenen van acteurs en wat dat met ons deed, over wie er naast ons in de zaal zat en – uiteraard – over wat er op het podium gebeurde. Ik droom van theater waar ook wie niets van theater kent zich gezien en gehoord voelt.