za 06.09.25
State of the Future — Yahmani Blackman

Op 3 september 2025 sprak theatermaker, dramaturg en docent Yahmani Blackman de State of the Future uit tijdens de openingsceremonie van het TheaterFestival. Je kan de volledige tekst hier (her)lezen.
Door Yahmani Blackman
Deze tekst is geen eenduidig antwoord.
Het is een altaar van woorden
Een uitnodiging om te luisteren met de stem die jij kiest te horen.
Weet dat terwijl je leest, mijn adem ontbreekt. Mijn stiltes. Mijn lachjes.
Mijn handen die iets uitlichten, mijn ogen die de jouwe raken.
Mijn lichaam dat betekenis geeft aan wat gezegd wordt.
Al die tekens
De bezieling van mijn woorden
gaan hier verloren
Jouw verbeelding van mijn stem zal die dragen
Ik nodig je uit om het verlangen naar duidelijke lijnen en bekende structuren even uit te stellen
En je in plaats daarvan open te stellen voor verbinding met wat er tussen ligt.
In dit altaar van woorden.
De voorouders
Allereerst wil ik je welkom heten, bedanken voor jouw aanwezigheid… en de mensen die het mogelijk hebben gemaakt dat jij hier vandaag bent… De mensen die jou hebben verwekt… de mensen die jou hebben grootgebracht… de mensen naar wie je opkijkt of benijdt… de mensen waarvoor je een wens was… de mensen die voor je gebeden hebben, over je droomden nog voordat je geboren was…
Ik ben Yahmani Blackman, dochter van Brigitta Beeldsnijder en Xavier Blackman.
Kleindochter van Humphrey Beeldsnijder, Vera Koning, John Blackman, Patricia Sorton… en van hen die vóór hen kwamen.
Met deze mensen doe ik vandaag een voorstel. Deel ik een reis, een zoektocht. Stel ik een vraag. Geef ik mijn denken en voelen als dramaturg, theatermaker, docent, moeder en dochter weer. Ontstaan vanuit gesprekken, levenstheaterlessen, voorstellingen en andere persoonlijke ervaringen die zich niet lineair laten vertellen.
Als kind sprak ik niet. Als je me in een hoek plaatste met wat speelgoed, bleef ik daar urenlang spelen. Daarnaast keek ik ook graag naar boven naar de lucht. Tijdens een vakantie op Curaçao kwam er een oude man naar mijn moeder toe en zei dat ze me aan de grond moest houden, anders zou ik wegvliegen. Hij had gelijk. Wegvliegen was voor mij als kind een manier om de aarde te begrijpen. Wegvliegen naar werelden met andere wereldorden: noem ’t het podium. Wegvliegen naar gesprekken, zelf bedacht of nagebootst; noem het dialogen. Wegvliegen naar zelfbedachte of nagespeelde situaties of personen; noem het toneelstukken met complexe personages. Het mooie gevolg van mijn moeders angst na die ontmoeting met de oude man, was dat ze me op Jeugdtheaterschool Zuidoost in Amsterdam plaatste… en daar raakten mijn teentjes de aarde… gedragen door…
Ik ben een dochter van Samora Bergtop en Jeffrey Spalburg. Kleindochter van Jetty Mathurin, Glenn Huisden, Marion Visser en Maarten van Hinte. Van Nina Simone, Paul Mooney, Eartha Kitt, Cicely Tyson, James Baldwin, Naks Kaseko Loco. De oude man van Curaçao. En van hen die vóór hen kwamen.
Voorouderlijke dramaturgie
In vele afrocentrische religies en culturen is het individu onderdeel van een lijn aan voorouders en entiteiten. Ik ben zelf van Afro-Surinaamse/Caribische afkomst en heb dit ook in mijn opvoeding meegekregen. Als ik mezelf voorstel, dan stel ik ook zij die ik met mij meedraag voor. Als ik jou groet, groet ik ook zij die jouw aanwezigheid hebben mede mogelijk gemaakt. Als ik naar jou luister, hoor ik verschillende stemmen uit het verleden en het heden. En soms ook de toekomst.
De voorstelling Ochtenddauw van choreograaf Vainergill Thurnim maakte een persoonlijk stuk over de schoonheid van woede. Een emotie die ze als persoon niet volledig durfde te omarmen. Tijdens het werken aan de woede-choreo merkte ik dat het een uitdaging was om die energie toe te laten. Vanwege haar Afro-Surinaamse roots gaf ik haar referenties aan een Afro-Surinaamse entiteit, de Ampuku, die als boodschapper fungeert door zijn sterke communicatievermogen, die in dezelfde energie tot uiting kan komen bij ceremonies. Daarnaast nodigde ik haar uit om vanuit een voorouderlijke bron te spreken in haar beweging. Wie in jouw voorouderlijke lijn gun jij deze woede? Op die manier werd het persoonlijke een collectieve bezigheid waarin het draagvlak van de gewenste emotie groter werd.
Teleurstellend was het feit dat in de recensie het stuk werd gerelateerd aan exorcisme. De vergelijking weerspiegelt een westers-christelijke projectie op een werk dat geworteld is in Afro-Surinaamse spirituele referenties. Wat als eerbetoon aan voorouderlijke kracht en collectieve woede bedoeld was, werd gereduceerd tot een spektakel van bezetenheid. Daarmee werd niet alleen de maker miskend, maar ook het erfgoed dat zij in beweging bracht.
Subjectieve objectiviteit
Subjectieve objectiviteit! Als dat een bestaand begrip is? Het betekent voor mij: kritisch reflecteren op mijn eigen referentiekaders, en deze bewust inzetten als brug naar de ervaring van een ander. In mijn praktijk als dramaturg ben ik voortdurend op zoek naar de raakvlakken tussen erfgoed, representatie en narratieve structuren. De persoonlijke en professionele identiteit van makers zijn onlosmakelijk verbonden met de generaties die hen voorgingen. Makers vragen mij om mee te denken, mee te voelen. Om vanuit mijn eigen geschiedenis en gevoeligheden te begeleiden. Ik noem dat wel eens subjectieve objectiviteit. Ik geloof dat juist door te erkennen wie ik ben en wie ik met mij meedraag, ik ruimte kan maken voor de ander(en). Er ontstaat een draagvlak om kennis en ervaring te vergaren, maar ook om in te zien als er bepaalde kennis en ervaring ontbreekt. Creating space for other embodied archives.
Ik werkte ooit met een student die het moeilijk vond om complimenten of positieve feedback te ontvangen. Bij elke poging om haar erkenning te geven, reageerde haar lichaam met zichtbare weerstand. Tijdens een feedbackmoment waarin dit opnieuw gebeurde, vroeg ik haar: “Kun je dit compliment ook aannemen namens de mensen die jou hebben geïnspireerd of gesteund om te komen waar je nu staat?” Haar lichaam ontspande, haar gezicht brak open in een glimlach. Ook hier werd het draagvlak, in het geval van een compliment, vergroot.
De altaarpraktijk op de kunstvakopleiding
Tijdens de module Spel in context geef ik studenten van de opleiding Theaterdocent de altaaropdracht. In dit altaar worden studenten uitgenodigd om de familiaire en/of niet-familiaire voorouders die hun blik op de wereld hebben gevoed zichtbaar te maken. Ze verzamelen daar dan ook literatuurbronnen en kunstwerken voor om deze voorouders en dus ook zichzelf te eren. Aan het eind van de altaarpresentatie gaf een student terug zich nu te realiseren hoe rijk de student zelf en de groep is aan kennis, bronnen en ervaringen. En hoe erg de soms persoonlijke bronnen verbonden zijn aan hun (toekomstige) praktijk. Wat mij als docent en dramaturg tijdens de presentaties inspireerde, is niet alleen de inhoud, maar ook de vormen die ontstaan bij het maken van de altaartjes. Sommige altaartjes hebben geen stamboomopstelling maar vormen een mozaïek, een klaslokaal of ontstaan doordat jij als toeschouwer iets moet bouwen. Structuren die voorouders en de student in kwestie het beste dienen, als een echt altaar.
Heterarchische dramaturgieën
“The structure we use to build our societies, and the structure we use to shape our stories, are one and the same.” (Chantal Bilodeau)
Toen ik op de theateracademie zat, kreeg ik Aristoteles aangereikt als de basis van dramaturgie. Het motorisch moment, protagonist en antagonist, conflict, katharsis en meer. Een duidelijke lijn van begin naar het einde. Dit gaf een houvast als student en deze structuur komt soms nog terug in mijn praktijk. Er zijn ook momenten waar dit model niet toereikend is geweest. Niet elk verhaal laat zich vangen in een structuur van goed vs fout of een boog met een duidelijk conflict en een (anti)held. Soms is het ‘universele’ dat we zoeken precies wat de rijkdom van het verhaal vervlakt, het lichaam van de maker overschaduwt en de geschiedenis verkleint naar een schema. Sommige verhalen ademen in een ander ritme, kennen andere spanningen en hebben andere vormen van betekenis.
In mijn praktijk ontmoet ik makers die verhalen willen vertellen die nog niet of te weinig op een podium hebben gestaan. Verhalen die geen dramatisch conflict kennen, maar bijvoorbeeld wel verlies, migratie, collectieve herinneringen, rituelen. Die niet altijd een protagonist hebben maar eerder stemmen die zich door tijd en ruimte bewegen. Mijn zoektocht en praktijk is niet gericht op het vinden van een nieuwe vorm die het aristotelisch model vervangt, maar deze decentraliseert. En ruimte maken voor andere structuren.
In het essay Heterarchical Dramaturgies beschrijft Katalin Trencsényi hoe verschillende stemmen, structuren en perspectieven naast elkaar kunnen bestaan zonder hiërarchie. In haar essay behandelt ze verschillende structuren en nodigt ze uit om dramaturgische structuren te zoeken in hoe we de wereld zien. En dat dit wereldbeeld kan bestaan uit bijvoorbeeld de structuren van de aardlagen of die van een spinnenweb. Dit inspireerde mij om dramaturgie te benaderen als een open systeem waar de structuur het verhaal dient en niet andersom.
Een interessant voorbeeld zag ik bij Rebekka Nilsson (NITE), die voor haar presentatie tijdens NITE in Progress Oersoep voor een specifiek stuk de fasen van een bevalling gebruikte als dramaturgische structuur. Zo werd het een lichamelijke ervaring, gedragen door natuur en cyclisch ritme.
De praktijk van dramaturgie, zoals ik die vormgeef, is niet alleen een vakmatige of artistieke bezigheid, maar ook een sociale, spirituele en filosofische. Geworteld in een bewustzijn van voorouders, erfgoed en collectieve geschiedenis. Het danst voorbij dominante, hiërarchische verhaalstructuren. Door te werken vanuit wat ik subjectieve objectiviteit noem, erken ik mijn eigen positionering en die van de maker en gebruik ik die bewust om makers te begeleiden in het vertellen van verhalen die voorheen geen podium vonden.
Het voorbeeld van Ochtenddauw toont hoe belangrijk deze benadering is: wat vanuit Afro-Surinaamse spiritualiteit werd gechoreografeerd als collectieve woede, werd in een recensie gereduceerd tot exorcisme. Dit soort fricties maken duidelijk hoe essentieel het is dat we alternatieve dramaturgische kaders ontwikkelen en erkennen. Kaders die recht doen aan andere wereldbeelden, ritmes en structuren. Zoals Trencsényi stelt: heterarchische dramaturgieën stellen ons in staat te werken met complexiteit, met verschil, zonder te vervallen in één dominante lezing.
In mijn werk met theaterstudenten zie ik hoe deze werkwijze hen uitnodigt om persoonlijke en culturele bronnen niet te zien als ‘extra’, maar als kern van hun kunstenaarschap. Het maakt voelbaar dat kennis niet alleen uit boeken komt, maar ook uit lichamen, herinneringen en gemeenschappen. De altaaropdracht laat zien hoe erfgoed, kunst en theorie samen een wereldbeeld vormen en uitnodigen om in andere structuren hun verhalen te delen.
We leven in een tijd waarin de positie van kunst onder druk staat. Ik pak dit moment ook om stil te staan bij waarom het decentraliseren van dramaturgische structuren niet alleen een artistieke keuze is, maar verweven is met hoe wij samenleven. Lokaal en globaal.
We leven in een wereld waarin het individu steeds vaker losraakt van het wij. Waarin individualisme niet alleen vrijheid brengt, maar ook vervreemding, polarisatie en eenzaamheid. Erfgoed herinnert ons aan dat wat was, wat is en wat kan komen. Aan de mensen, verhalen en entiteiten die met ons meelopen.
De geschiedenis, maar ook de geschiedenis in de making, wordt verteld als een strijdtoneel: van daders en slachtoffers. Waarin verantwoordelijkheid wordt ontlopen aan de ene kant, en collectieve pijn gedragen moet worden aan de andere. Protagonisten en antagonisten? Wie krijgt het woord? Wie mag zwijgen?
Daarom moeten we opnieuw kijken. Niet alleen naar wat we vertellen, maar naar hoe we vertellen. Naar de structuren die bepalen wie gezien en gevierd wordt en wie wordt weggeschreven.
Dramaturgie niet als universeel model, maar als een tijdelijke ruimte. In relatie met. In context. Een plek voor collectiviteit. Voor het niet-weten. Voor de stem die nog niet gehoord is. Zo raken onze tenen opnieuw de aarde. Gedragen door de schouders van zij die voor ons gingen. Dramaturgie als een levend altaar.
Van de mensen die het mogelijk hebben gemaakt dat wij hier vandaag zijn… de mensen die ons hebben verwekt… de mensen die ons hebben grootgebracht… de mensen naar wie wij opkijken… misschien benijden… de mensen waarvoor we een wens waren, voor ons gebeden hebben, over ons droomden nog voordat we geboren waren…