do 11.09.25
Essay | Hoe My Body as a Commodity de pluriformiteit van trauma vormgeeft
Redacteur Anna Claes ging kijken naar My Body as a Commodity en voelde zich geprikkeld én onwennig door de manieren waarop Anne-Laure Vandeputte trauma(verwerking) ensceneert. Van waar kwam dat ongemak? En wat kunnen we uit de voorstelling leren?
Door Anna Claes

Ik denk dat ik het ook anders verwacht had. Groter, wilder, dramatischer – meer, gewoon. Maar het was haast klinisch, de manier waarop je mijn grenzen verlegde. Als een zorgvuldig uitgekiend plan, een kaart die stapsgewijs wordt afgegaan tot de eindbestemming. Jij wist waar je naartoe wou, en deed dat in overweldigende stilte.
En net omdat er geen alarm was, geen geschreeuw, zweeg ik ook. Je deed uitschijnen dat dit was hoe het moest zijn. Dat raakt mij het meest, denk ik: de banaliteit van catastrofe; hoe alles gewoon zijn gangetje gaat.
Ik moet denken aan W.H. Auden’s gedicht over de noodlottige Icarus, die dramatisch ten val komt omdat hij te dicht bij de zon vliegt:
“[…] Everything turns away
Quite leisurely from the disaster; the ploughman may
Have heard the splash, the forsaken cry,
But for him it was not an important failure; the sun shone
As it had to on the white legs disappearing into the green
Water; and the expensive delicate ship that must have seen
Something amazing, a boy falling out of the sky,
Had somewhere to get to and sailed calmly on.”
Kan je partner je grenzen overschrijden? google ik de volgende ochtend. Ik vind enkel verhalen over gewelddadige, toxische mannen. Ze misbruiken hun partners verbaal en fysiek; het zijn monsters die roepen, tieren en brullen. Maar wat met ‘goede’ partners die slechte dingen doen? Zij die zeggen dat ze je graag zien – en je gelooft hen ook; je ziet het in hun ogen – maar die toch je vertrouwen schenden? Die lijken niet te bestaan, dus overtuig ik mezelf dat het ongemakkelijke gevoel in mijn buik wel misplaatst moet zijn.
Verhalen van grensoverschrijdend gedrag worden zodanig geëxtremiseerd dat publieke getuigenissen onvermijdelijk leiden tot zwaarwichtige of sensationele krantenkoppen.
Want waar er net zo veel verhalen zijn over de grote boze man die ’s nachts de straten afruimt op zoek naar een slachtoffer, zijn er net zo weinig over de kleine, onzekere opportunist wiens ogen net iets te lang blijven hangen op de bus. Of over de lichamen die net iets te lang blijven plakken op festivals, de excuserende handen rond je heupen – en passant, natuurlijk: mag ik er even door? Of de verhalen over nageroepen worden op de fiets als jong meisje, over seksueel getinte opmerkingen en aanrakingen van naasten – grapje hè! – en over de onuitgesproken druk die om toe te zeggen omdat dat van je verwacht wordt, of omdat je anders moet afrekenen met woede, frustratie of ontgoocheling?
Verhalen van grensoverschrijdend gedrag worden zodanig geëxtremiseerd dat publieke getuigenissen onvermijdelijk leiden tot zwaarwichtige of sensationele krantenkoppen. Slachtoffers ‘getuigen’ over hun belevenissen, ze ‘doen hun boekje open’ of ‘doorbreken hun stilzwijgen’. Alsof ze voor hun publieke bekentenis in schaamtevol stilzwijgen leefden. Voor een genuanceerde, open discussie lijkt weinig ruimte.
My Body as a Commodity verklankt de zoektocht naar andere manieren om de grijze zones van grenzen en consent te vertellen.
En dan, wanneer we eindelijk bekennen, moeten we onze ervaringen, onze levens, hoe gebroken en verstrooid ook, in netjes afgelijnde vormen gieten. We vertellen verhalen die verteerbaar zijn voor anderen, die kunnen rekenen op goedkeuring. We zijn niet gek of hysterisch – zoals Amber Heard, bijvoorbeeld – maar ook niet te opgewekt of luchtig, want dat hoort niet bij het beeld van Een Slachtoffer. We zijn objectief, factueel en betrouwbaar, zelfs als het over ons eigen trauma gaat. We dragen nette kleren in de rechtbank, ook als we daar geen zin in hebben, en vertellen ons verhaal met een zekere gravitas zonder ooit té emotioneel te worden.
We documenteren en laten ons documenteren; medisch, wettelijk, psychologisch. We laten bloed trekken om te bewijzen dat wat gebeurd is, gebeurd is. We vertellen ons verhaal aan de politie – zonder overbodige details en inconsistenties! – om te bewijzen dat wat gebeurd is, gebeurd is. We noemen datum, tijd en locatie; en verzekeren dat alles chronologisch consistent is. We maken van onszelf een Slachtoffer en van de dader, Dader.
Het voelt bijna alsof we opnieuw in een mal worden gegoten, eentje die we zelf niet gekozen hebben. Wanneer Anne-Laure Vandeputte zegt dat we nood hebben aan nieuwe manieren om te praten over grensoverschrijdend gedrag, los van slachtoffer- en daderschap, kan ik haar dan ook goed begrijpen. My Body as a Commodity verklankt de zoektocht naar andere manieren om de grijze zones van grenzen en consent te vertellen.
Zo wrikt de show een onderwerp dat doorgaans geparalyseerd is door taboe en schaamte radicaal open met humor, sarcasme en dansbaarheid
Die zoektocht is uitgemond in een exuberante show in de vorm van een trauma party. Vandeputte doorbreekt de stilte door een beat onder trauma te plaatsen, en rapt zich een weg doorheen verhalen over de objectivering van vrouwenlichamen en grensoverschrijdend gedrag.
Zo wrikt de show een onderwerp dat doorgaans geparalyseerd is door taboe en schaamte radicaal open met humor, sarcasme en dansbaarheid. Vandeputte wacht niet op de goedkeuring of bevestiging van haar publiek, maar danst met weinig blijk van schroom of ongemak over de bühne. De discussie rond objectivering van lichamen en grensoverschrijdend gedrag wordt radicaal opengetrokken. Het onbeschrijfelijke beschrijven is immers in zichzelf een radicale daad, die de nodige stof doet opwaaien.
My Body as a Commodity doet wat haar titel belooft: pijn en trauma worden een schouwspel, een publiek object. Als ik dan toch geobjectiveerd word, waarom er dan niet geld mee verdienen in de vorm van een betaald theaterstuk – met merch achteraf – vraagt Vandeputte zich af.
Het maakt ambivalente gevoelens bij mij los. Door een doelbewuste performatieve laag over het thema grensoverschrijdend gedrag te gieten, creëert Vandeputte een afstand tot het trauma dat ze beschrijft. De grens tussen feit en fictie, tussen authenticiteit en performance, vervaagt. Het resultaat is geen persoonlijke afrekening met trauma, maar een bredere reflectie op de manieren waarop we narratieven rond objectivering en grensoverschrijdend gedrag vormgeven, en wat voor effect die verhalen hebben.
Misschien hebben we wel nood aan die nieuwe vormen, hoe imperfect ook, in een debat dat zodanig verkrampt is.
Maar wil ik wel dat we, om tot die reflectie te komen, van trauma een feest maken? Een product? Enerzijds schuilt er een kracht in trauma inzetten tot persoonlijk gewin, omdat je het jezelf opnieuw toe-eigent. Langs de andere kant doet zo’n aanpak mogelijks af aan de ernst van het gesprek, en creëer je opnieuw een mal van jezelf die door anderen geconsumeerd wordt. De vraag rest dus of zo’n aanpak meer emancipatorisch is dan het stilzwijgen dat doorgaans over het thema grensoverschrijdend gedrag hangt.
Maar tegelijk heb ik als toeschouwer al ingestemd met de commercialisering van trauma, simpelweg door naar het stuk te komen kijken. Want als theaterganger wil ik vermaakt worden. Kom ik voor een show? Voor een verhaal waarin ik mezelf kan herkennen? Verwacht ik niet juist dat Vandeputte het trauma voor mij verpakt in een vorm die ik kan verdragen?
En wanneer ik op het einde van de voorstelling vanuit het balkon naar beneden kijk, zie ik de hoofden van het publiek meeknikken met de muziek – zij zijn al verkocht.
Misschien hebben we wel nood aan die nieuwe vormen, hoe imperfect ook, in een debat dat zodanig verkrampt is. Wanneer we vast komen te zitten in de draden van onze eigen verhalen, moeten we er nieuwe uitvinden. Zoals boeren niet zomaar verder ploegen, of schepen onverstoord voort zeilen. Dat de schokwerking van My Body as a Commodity, hoe ambivalent dan ook, ons mag wakker schudden om onbespreekbare onderwerpen opnieuw bespreekbaar te maken. En welke plek leent zich daar beter toe dan de bühne, waar de stilte van het dagelijks leven een podium krijgt?